Vleesch Noch Visch
Monique - 1 maart 2010
Ik ben niet zo’n vlezig type. Dat wil zeggen dat mijn hart niet spontaan sneller gaat kloppen van halfrauwe bieflapjes, lauwe paardeworst, nog nalillende lever en meer van dit soort heerlijkheden. Het maakt niet uit of je er liters saus overheen giet of het verstopt in gezellig ogende quiches. Vlees, in welke gedaante dan ook, en ik zijn gewoon geen soulmates. Hoewel, tijdens mijn zwangerschap kon ik geen genoeg krijgen van reuze gehaktballen en suddervlees in vette jus. Maar aangezien ik niet chronisch zwanger ben, behoor ik al gauw tot de categorie der `niet-diereneters’ ook wel bekend als `vegetariër’.
Het kan zijn dat in de loop van de evolutie mijn carnivoor-gen gewoon niet zo goed is ontwikkeld. Ergens in het jager- en verzamelaartijdperk moet het zijn misgegaan. Terwijl manlief erop uit trok om bizons neer te knuppelen, rukte mijn oermoeder extatisch paddenstoelen uit de grond en verzamelde ze watertandend manden vol eetbare plantjes. Ze taalde niet naar de bonken vlees die haar echtgenoot grommend naar binnen werkte. Liever hield ze zich bezig met het samenstellen van vegetarische menu’s. Een echtscheiding dreigde, maar ze bleek zwanger waardoor er naast een baby, ook een setje halfslachtige carnivoorgenen het levenslicht zag.
Sindsdien heeft mijn carnivoor-gen verschillende beproevingen moeten doorstaan. Zo besloot mijn vader bijvoorbeeld toen ik een jaar of zeven was, in het kader van educatief ouderschap een uitstapje naar het platteland te organiseren. Dit om ons kinderen duidelijk te maken dat chocolademelk niet uit bruine Domo-reclame koeien afkomstig is. Per ongeluk, maar vooral omdat mijn vader geen richtingsgevoel heeft, belandden we bij een lammetjesslachterij. Naast de liters bloed is me voornamelijk bijgebleven dat de lammetjes huilden vlak voordat ze om zeep geholpen werden. In een ruk werd mijn kinderlijk vertrouwen in Grote Mensen weggevaagd en mijn toch al labiele carnivoor-gen kromp verder ineen.
Nu we het toch over vlees hebben: eigenlijk zijn diereneters een beetje rare types. Vlees willen ze al te graag eten, maar dan vooral niet denkend aan weerloze kalfjes die geëxecuteerd worden door mannen in bloederige pakken. Nee, het is veel fijner te denken wat ik als kind vermoedde: vlees groeit gewoon in het koelvak van de supermarkt of woont in huis bij de slager. Veel vegetariërs zijn trouwens net zo eigenaardig. Vooral overtuigde `Wakker dier’-vegetariërs met van die rellerige `Love animals’ slogans op hun t-shirts. Want hoe lief ze ook zijn voor dieren, intussen eten ze wél vis. Oké, vissen tonen weliswaar weinig gelijkenis met zo’n schattig varkentje, maar over het algemeen genomen zijn het toch ook levende wezens met gevoel?
Voor ons vormt De Vleesch Noch Visch kwestie een heikel punt. Helemaal omdat mijn eega en ik nu een dochtertje hebben die we het liefst van zoveel mogelijk voedingstoffen voorzien. Vlees is geen optie. Een bloedeloze dochter gehuld in een vaal `Love animals’ t-shirt, uitsluitend levend op bosjes alfalfa en kruisbessen, trouwens ook niet.
De oplossing hebben we inmiddels gevonden: ze krijgt gewoon kip.
Allerhande << | >> Olympisch Goud
Wil je als eerste op de hoogte gehouden worden van onze nieuwtjes? Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief en klik




