Algemene informatie over allergie bij kinderen
Allergie lijkt haast wel een modeverschijnsel. Het komt steeds vaker voor en het lijkt wel of ieder kind een allergie heeft. Uit onderzoek blijkt dat allergieën inderdaad steeds vaker voorkomen. Maar niet ieder kind wat ziek lijkt te worden van bijvoorbeeld voeding, heeft ook een allergie. Het werkt verwarrend dat de termen allergie, overgevoeligheid en intolerantie vaak door elkaar gebruikt worden. Hierdoor is het voor ouders moeilijk te begrijpen of het nu wel of niet om een allergie gaat bij hun kind.
In dit artikel wordt in het kort uitgelegd wat er nu onder allergie verstaan wordt en wat het verschil is tussen allergie, overgevoeligheid en intolerantie. In het kort komen een aantal vragen aan bod, die de meeste ouders met een kind met allergie bezig houden.
Allergie is in werkelijkheid een ingewikkelde ziekte. Er is veel onderzoek gedaan naar het ontstaan, aantonen en behandelen van allergie. Toch weet men er nog steeds relatief weinig van. De informatie in dit artikel is zo eenvoudig mogelijk gehouden. Realiseer je, dat het in werkelijkheid niet altijd zo eenvoudig is als het soms lijkt.
Allergie, overgevoeligheid en intolerantie: Wat is het verschil?
In de praktijk worden deze termen regelmatig door elkaar heen gebruikt, wat verwarrend kan zijn voor de ouders. Met voedselovergevoeligheid en -intolerantie wordt veelal hetzelfde bedoeld. Voedselallergie is echter heel iets anders.
Bij voedselallergie is de afweer (het immuunsysteem) van het kind betrokken. Dit is het belangrijkste verschil met alle andere termen die gebruikt worden. De stof in de voeding waar het kind allergisch voor is wordt, net als een virus of bacterie, herkend door het immuunsysteem. Eigenlijk zou dat niet moeten, want de voeding is in principe niet schadelijk voor het kind. Eigenlijk kan je allergie beschouwen als een ‘overdreven’ reactie van de afweer. Doordat het immuunsysteem er bij betrokken is, is het mogelijk om door het bloed te onderzoeken, te bepalen op welke stoffen het kind reageert.
Bij voedselovergevoeligheid is het immuunsysteem niet betrokken. Het voedingsmiddel waar het kind op reageert veroorzaakt meer een soort ‘irritatie’. Het is vergelijkbaar met bijvoorbeeld droge lippen krijgen als je teveel in de zon bent geweest, of jeuk en bultjes nadat je een brandnetel hebt aangeraakt.
De term voedselintolerantie wordt meestal gebruikt wanneer iemand een voedingsstof niet goed kan verteren en daardoor klachten krijgt. Ook hierbij speelt het immuunsysteem geen rol. Een goed voorbeeld hiervan is lactose-intolerantie. Lactose is hetzelfde als melksuiker en komt voor in allerlei zuivelproducten. Om lactose te kunnen verdragen moet het in de darmen verteerd worden. Voor de vertering is een hulpstofje nodig die de lactose ‘in stukjes knipt’ (een enzym). Mensen met een lactose-intolerantie missen dit enzym en kunnen de lactose dus niet verteren. Ze krijgen last van buikpijn, winderigheid en diarree als ze melkproducten eten of drinken.
Het lastige is, dat voedselallergie en -overgevoeligheid en -intolerantie dezelfde klachten kunnen veroorzaken. Dat maakt het soms moeilijk te achterhalen wat er aan de hand is. Vaak verschilt de behandeling voor voedselovergevoeligheid, -intolerantie en voedselallergie niet zoveel van elkaar. Veel artsen gebruiken dan ook alleen de term voedselovergevoeligheid, zonder dit onderscheid te maken.
De ontwikkeling van allergie
In het algemeen zie je bij kinderen met allergische klachten het volgende verloop. Het begint met eczeem, vaak al bij hele jonge kinderen. Na verloop van tijd wordt het eczeem minder of verdwijnt. Op een leeftijd van 4-5 jaar krijgt het kind meer last van de luchtwegen en ontwikkelt het astma. Weer wat later krijgt het ook last van allergische neusklachten (rhinitis). Het astma wordt na verloop van tijd weer minder, maar de neusklachten blijven vaak bestaan tot het kind volwassen wordt.

Wil je als eerste op de hoogte gehouden worden van onze nieuwtjes? Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief en klik




